Tijdens deze wandeling kun je allerlei vogels tegenkomen. Vinken, mezen, een boomklever of boomkruiper en met wat geluk verschillende spechten, zoals de grote bonte specht. Die hoor je zelfs vaak eerder dan dat je hem ziet. Luister vooral in het voorjaar of je zijn geroffel op de bomen hoort. Loop eens (over de paden) de kant op van het geluid en speur in de bomen naar deze zwart-witte vogel.
Omhoog, omlaag
Op de snavel na, is het silhouet van de boomkruiper en boomklever bijna hetzelfde, maar hun kleuren zijn behoorlijk anders. De boomkrUIper is brUIn en wit. En het grappige is, de boomklever klimt, kleeft bijna, zowel omhoog als omlaag langs de stam van een boom. Een boomkruiper gaat alleen omhoog.Â
Zit elke naald apart aan de tak dan is het een spar. Als de naalden steeds twee aan twee in een kokertje zitten is het een den. En als de naalden in bundeltjes bij elkaar zitten, dan is het een lariks.
Een ezelsbruggetje hierbij zijn de beginletters van de boom en het aantal naalden: solo = spar, duo = den en legio= lariks!
3. Dood doet leven
Her en der zie je dode bomen in het bos staan of liggen. De afgestorven stammen blijven in het bos staan omdat dood hout in een natuurlijk bos thuishoort. Dood hout vormt een enorm belangrijke schakel in de kringloop!
Voedsel voor van alles
Het wegrottende hout levert voedingsstoffen op waar andere bomen weer van kunnen groeien. En ondertussen zijn de vele diertjes die de dode boom afbreken op hun beurt weer voedsel voor vogels en zoogdieren. Ook voor verschillende paddenstoelen is dood hout een belangrijke voedingsbodem.
Aan de vele spechtengaten kun je zien dat er heel wat insecten uit een dode boom te halen zijn. Daarnaast bieden de kwijnende stammen, door de wind afgebroken takken en ander dood hout goede schuil- en nestplaatsen, voor een rustende ree bijvoorbeeld of een roodborstgezin.